Het is officieel. De crisis is voorbij. Een dagje te laat voor de arme drommels van de Free Record Shop, maar zo is het leven nu eenmaal. Onrechtvaardig. Pech gehad. De salarissen van topmanagers stijgen voor het eerst in drie jaar weer. Naar ongekende hoogten. Met dank aan de gouden handdrukken, opties en stijgende beurskoersen. Bestuursvoorzitter Bernard Dijkhuizen van Ziggo voert de lijst aan. Wat dacht u van een inkomen van 15.712.815 euro per jaar? Daar heeft hij dan ook keihard voor moeten werken. Het is precies 174 keer zo veel als zijn gemiddelde werknemer. Dat heet een loonkloof. Ook wel spottend de baas-koelieratio genoemd. Maar wat wij gewone loonslaven nog wel eens vergeten is dat het leven van een topbestuurder een stuk zwaarder is dan dat van ons. Zelf vergelijken deze voormannen hun werk graag met topsport. Gezien de lange dagen, het vele reizen, de bourgondische maaltijden en de enorme hoeveelheden alcohol en stress die met dit soort verantwoordelijkheden gepaard gaan verdienen zij relatief gezien helemaal niet zo veel. Een Nadal pakt voor een paar potjes tennissen twintig miljoen en zelfs zo’n randdebiel als Balotelli heeft een slordige zeven miljoen per jaar te besteden. Net als een topsporter moet een topbestuurder in korte tijd zoveel mogelijk geld naar binnen harken. De eerste hartaanval en ontslag op staande voet liggen immers altijd op de loer. De auto met chauffeur, het derde huis op de Bahama’s, de luxe sportwagen en het privévliegtuig. Het moet allemaal betaald worden. Voor niks gaat de zon op. Wij mogen best wel wat trotser op onze topmannen zijn. Zij leveren met hun inzet juist een enorme bijdrage aan de BV Nederland. De hypotheekrenteaftrek en allerlei andere belastingvoordeeltjes maken het leven voor deze toppers net wat dragelijker. En laten we eerlijk zijn. Als wij de kans kregen dan zouden wij ook maar wat graag die paar miljoen extra in onze zak steken. Een loonkloof is prima, zolang je maar aan de goede kant van de kloof staat.