Belgische voetbalkenners noemen het misschien wel het beste Belgische elftal ooit. Met klinkende namen als Hazard, Chadli, Kompany en Courtois. Nu de Belgen ook nog eens zijn ingedeeld in een feestpoule met Algerije, Rusland en Zuid-Korea lijkt het behalen van de tweede ronde een formaliteit. En dan, ja dan ligt de weg naar een goede klassering open. Misschien wel een finaleplek of in een hele natte droom zelfs wereldkampioen. Want zo goed zijn de Rode Duivels. Op papier dan.
Op het veld valt het in de eerste helft van de openingswedstrijd tegen Algerije een beetje tegen. Door een strafschop komen de behoudend spelende Belgen sullig op achterstand. Het loopt niet. Er zit angst in het spel. Topspeler Hazard valt vooral op vanwege zijn Ronaldo-achtige misbaar dat hij al zittend op de grond maakt na alweer een struikelpartij over zijn eigen voeten. Maar dan, met nog twintig minuten te spelen, breken Marouane Fellaini en kort daarna Dries de blikopener Mertens de ban. Met twee fraaie doelpunten schenken zij de Rode Duivels de verdiende zege. Geen grootse wedstrijd, maar op basis van een goede tweede helft lekker wel drie punten in the pocket. Een veelbelovend begin.
Wellicht dat het wereldkampioenschap voetbal de Vlaamse en Waalse Belgen weer nader tot elkaar kan brengen. Iets dat de politiek, het koningshuis en het Belgische volk zelf in al die jaren nooit is gelukt. Een verdeelde natie. Ze hadden in 1830 natuurlijk nooit onafhankelijk moeten worden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Maar dat is geschiedenis. Slechts elf spelers op het veld houden het gespleten België bijeen. Voetbal verbroedert wel degelijk. Al was het maar voor een paar weken.